Het concept van ritueel slachten van dieren in de
islam
Op het moment zijn er vele misvattingen die de gedachten van vele niet-moslims
vullen, die de betekenis en de wijsheid achter de daden van aanbidding van de
islam niet schijnen te begrijpen. Vandaar dat het onze plicht is te reageren op
deze misvattingen om op die manier verdraaiingen over de islam weg te halen. Dus
vinden we het in het geval van deze kwestie relevant om het volgende voor
jullie aan te halen:
Offeren (ritueel slachten) is niet een zuil van de islam. We moeten op een
contextuele manier naar de gebeurtenissen kijken, en niet alleen het
pre-islamitische gebruik van offers begrijpen, de Qor’anische hervormingen
betreffende deze praktijk, en de voortzetting van het offeren in de
islamitische wereld, maar ook in welke context de Qor’anische openbaringen zich
voordeden. Want het lijkt erop dat bij veel mensen, zowel bij niet-moslims als
bij moslims, de context de sleutel is die ze missen.
Laten we met dit in gedachten, beginnen met hoe de situatie was in het
pre-islamitische Arabië betreffende het ritueel slachten van dieren. Niet
alleen de heidense Arabieren offerden aan een reeks goden, hierbij hopend op
bescherming, voordeel of materiële winst, maar tevens zochten de joden van die
tijd de ene ware god te bevredigen door bloedoffers en het branden van
offergaves. Zelfs de christelijke gemeenschap voelt dat Jezus het laatste offer
is, het laatste lam bij wijze van spreken, door een anders geldende traditie
van ritueel slachten van dieren (waarbij iemands zonden worden kwijtgescholden
door het bloed van iets anders).
De islam scheidde zich echter af van deze lang bestaande traditie van het
sussen van een “boze god” en vroeg in plaats daarvan een persoonlijk offer en
onderwerping als de enige manier om te sterven voor de dood en het bereiken van
"fana’" of "opgaan in hem." Het begrip van
"plaatsvervangende boetedoening voor de zonden" (ontheffing van
iemands zonden dmv het bloed van een ander) wordt nergens in de Qor’an
aangetroffen. Noch bestaat het idee van gunsten verdienen door het leven van
een ander aan Allah te offeren. In de islam is het enige dat wordt gevraagd als
een offer, iemands persoonlijke bereidheid om zijn eigen ego en individuele wil
te onderwerpen aan Allah.
Men hoeft alleen maar te kijken hoe de Qor’an dit onderwerp behandelt, om
een duidelijk verschil te zien betreffende het offeren en of Allah wel of niet
door bloed wordt ‘bevredigd’. De beschrijving in de Qor’an van het offeren van Isma’il
spreekt zich uiteindelijk uit tegen boetedoening door bloed.
Allah (ST) zegt:
“En toen (de zoon) de leeftijd had bereikt waarop hij serieus met hem kon
werken, zei hij: “O mijn zoon! Ik heb in een droom gezien dat ik je zal
offeren. Wat zeg jij daarvan?” De zoon zei: “O mijn vader, doe zoals u bevolen
is, u zult mij, als Allah het wil, zeker geduldig en volhardend vinden.” Dus
toen ze zich beiden aan de wil van Allah hadden onderworpen, en hij hem plat op
zijn voorhoofd had neergelegd (om hem te offeren), riepen wij hem toe: “O Ibrahim!
Jij hebt de droom reeds vervuld.” Zo belonen Wij inderdaad degenen die goed
doen. Dit was zeker een grote beproeving, en Wij verlosten hem met een groot
offerdier.” (as-safat 37:102-107)
Merk op dat de Qor’an nimmer heeft gezegd dat Allah Ibrahim opdroeg zijn
zoon te doden (offeren). Op een subtiele manier, en dit is erg belangrijk, is
de morele les heel anders dan wat in de bijbel staat. Hier leert het ons dat Ibrahim
droomde dat hij zijn zoon offerde. Ibrahim geloofde dat de droom echt was, en
dat de droom van Allah kwam, maar de Qor’an zegt nergens dat de droom van Allah
kwam. Het feit echter dat Ibrahim en Isma`il bereid waren het ultieme offer te
geven - Ibrahim door zijn zoon te offeren, en Isma`il door zijn eigen leven te
offeren - ze in staat waren de notie van zichzelf, en valse gehechtheid
aan de materiële wereld te overtreffen. Zodoende verwijderden ze een bedekking
tussen hen en Allah, waardoor Allah’s genade op hen neer kon dalen als de geest
van de waarheid, en hen te verlichten met goddelijke wijsheid (hiermee werd
behoed voor falen van rechtvaardigheid en om eens en voor altijd het verkeerde
denkbeeld van plaatsvervangende boetedoening van zonden te corrigeren).
Want Allah, de Immer Barmhartige, Meest Begaande, zou nooit een vader
vragen om tegen Zijn gebod in te gaan van ‘gij zult niet doden’ en vragen
Zijn eigen zoon te doden om door hem te worden geaccepteerd. Want de Qor’an
leert ons dat Allah nooit het slechte aanbeveelt (zie al-a`raaf 7:28 en an-nahl
16:90) en dat alleen Satan het slechte en verdorvenheid aanbeveelt (an-nur
24:21). Het denkbeeld dat Allah ons een immorele daad wil laten begaan gaat in
tegen Allah’s rechtvaardigheid.
Voor zover de jaarlijkse traditie die volgde op deze gebeurtenis (dat is
het offeren van een ram om het grote offer van Ibrahim en Isma`il te gedenken),
moeten we dat begrijpen en de Qor’anverzen die betrekking hebben op ritueel
slachten, in verhouding stonden met de omstandigheden van tijd en plaats toen
deze openbaringen werden ontvangen, en hoe de mensen probeerden een persoonlijk
offer te doen, door hun beperkte middelen tot overleven te delen met de minder
bedeelden van hun gemeenschap.
Dat wil zeggen, dat de gevolgtrekking die schuil gaat achter de
islamitische houding m.b.t. ritueel slachten niet die is van boetedoening door
bloed, of het proberen om de gunst van Allah te verkrijgen door de dood van
iets, maar juist de daad van het bedanken van Allah voor iemands
levensonderhoud, en het persoonlijke offer van het delen van iemands
bezittingen en waardevol voedsel met medemensen. Het ritueel op zich is niet
het offer. Het is slechts een slachtmethode waarbij het individu op een zo snel
mogelijke manier doodt, en waarbij ze erkennen dat alleen Allah het recht
heeft leven te nemen en dat zij dit alleen doen als nederig lid van Allah’s
schepping, in behoefte van levensonderhoud net als alle andere species van Allah’s
schepping.
Laten we dus een aantal verzen uit de Qor’an bestuderen die van toepassing
zijn, en zien wat die te zeggen hebben over offeren, en hoe dat in relatie stond
met het leven in 500 na Chr. in Arabië. (inclusief commentaar van Yusuf ‘Ali om
te laten zien dat iemand die voor het slachten was, begrip hebbend van dieren
onderworpen aan de mens, geen voorstander was van buitensporig geweld of
bedoelingen van boetedoening door bloed). Allah zegt: “Daar is in de offeranden
een profijt voor u voor een vastgestelde tijd, daarna is hun plaats bij het
oude huis.” (al-hajj 22:33)
Het woord ‘daar’ is een verwijzing naar vee of dieren die als offer worden geslacht.
Het is zeker waar dat ze op vele manieren nuttig zijn voor de mens, bijv.
kamelen in woestijngebieden zijn nuttig als rijdier of als lastdier, of voor
het geven van melk, hetzelfde geldt voor paarden en runderen. van kamelen kan
vlees worden verkregen, kamelenhaar kan worden gebruikt om stof van te weven;
geiten en schapen produceren melk en vlees, haar en wol. Maar als ze worden
geofferd, worden ze symbolen waarbij sommige mensen laten zien dat ze bereid
zijn een aantal van hun eigen voordelen op te geven ter wille van het voldoen
aan de behoeften van hun armere broeders." (commentaar van Yusuf `Ali)
Allah zegt ook: “En voor elk volk hebben wij handelingen van offer en
wijdingen vastgesteld, opdat zij de naam van Allah mogen uitspreken over het
levensonderhoud dat Hij hun aan dieren heeft gegeven (geschikt als voedsel). Uw
god is dus eén god, weest daarom onderdanig aan Hem (in islam). En geef blijde
tijding aan de ootmoedigen.” (al-hajj 22:34).
“Dit is de ware zijde van offeren, niet het gunstig stemmen van hogere
krachten, want Allah is één, en Hij vindt geen vreugde in vlees en bloed, maar
een symbool van dankzegging aan Allah door het vlees met medemensen te delen. Het
plechtig uitspreken van Allah’s naam bij het offeren is een onmisbaar onderdeel
van het ritueel." (commentaar van Yusuf `Ali)
Verder zegt Allah: “Hun vlees noch hun bloed bereikt Allah, doch jullie
godsvrucht bereikt Hem. Aldus heeft Hij hen aan jullie dienstbaar gemaakt,
omdat jullie Allah zullen verheerlijken wagens hetgeen waartoe Hij jullie heeft
geleid. En geef goede tijding aan degene die goed doen.” (al-hajj 22:37).
“Niemand moet veronderstellen dat vlees of bloed aanvaardbaar is voor de
ene ware god. Het was een heidense gril, dat Allah zou ‘bedaren’ door
bloedoffers. Maar Allah aanvaardt het offer van onze harten, en als symbool van
zo’n offer is een waarneembaar vast gebruik nodig. Hij heeft ons macht gegeven
over de dierenschepping, en ons toegestaan het vlees te eten, maar alleen als
we Zijn Naam uitspreken bij de enige handeling van het nemen van een leven,
want zonder deze plechtige aanroeping, zijn we geneigd te vergeten dat het
leven heilig is. Door deze aanroeping worden we eraan herinnerd dat
buitensporige wreedheid niet in onze gedachten is, maar slechts de noodzaak
voor voedsel…" (commentaar Yusuf `Ali)
uit bovenstaande passages uit de Qor’an is het helemaal duidelijk dat de
kwestie van dierenoffers in verhouding staat met de rol die dieren speelden in
de Arabische gemeenschap in die tijd en plaats (net zoals andere gemeenschappen
met een gelijkwaardig klimaat en cultuur), dat de mens is opgedragen Allah te
danken voor het levensonderhoud en Hem te lofprijzen en dat ze iets van waarde
moeten offeren om hun waardering te tonen voor wat hen is gegeven (wat in hun
geval dezelfde dieren waren waar hun overleving op was gebaseerd).
Bron: www.rasoulallah.net

Geen opmerkingen:
Een reactie posten